Keramische technieken

Else gebruikt voor haar keramiek verschillende technieken.
Alle beelden worden handmatig opgebouwd met plakken en rollen van diverse kleisoorten. De keuze van kleisoort hangt samen met de grootte van het beeld , de manier van stoken en het gewenste resultaat.

De meest toegepaste stookwijzen zijn :

Biscuitbrand

Beelden worden na het drogen biscuit gestookt d.w.z. ongeveer op 1000 graden, waardoor de klei in aardewerk verandert.

Glazuurbrand

Volgt na de biscuitbrand en hierbij is het belangrijk dat de aangebrachte glazuurpoeder goed hecht en versmelt tijdens de stook.De temperatuur is nu aanzienlijk hoger oplopend tot 1260 graden.

Het resultaat is afhankelijk van:

  • de keuze van de kleisoort
  • de samenstelling van het glazuur
  • de hoogte van de stooktemperatuur

RAKU-brand

De Raku-brand volgt op de biscuitbrand en na het aanbrengen van speciale Raku-glazuren. Het stoken gebeurt, in de open lucht, in een speciale gasgestookte oven. Nadat het glazuur droog is worden de voorwerpen in de oven gezet. Met tangen worden de beelden uit de oven gehaald en in een vat geplaatst en bedekt met zaagsel of ander brandbaar materiaal. Daarna wordt  het nog warme keramiek met tangen uit het vat gehaald en ondergedompeld in  koud water. Tenslotte is het heel spannend om het keramiek schoon te maken  met sponsjes of staalwol om het oppervlak te onthullen.